Prinsjesdag 2026: wat betekenen de plannen voor de woningmarkt?
Gisteren presenteerde het kabinet de Miljoenennota 2027, de Rijksbegroting 2027 en het Belastingplan 2027. Voor de woningmarkt springt vooral de forse inzet op woningbouw eruit. Het kabinet wil miljarden investeren om meer en sneller te bouwen, en extra aandacht besteden aan betaalbare woningen, starters, middenhuur en ouderenwoningen. Een deel van de plannen moet nog door de Tweede en/of Eerste Kamer worden behandeld.
€ 7 miljard beschikbaar voor meer en sneller bouwen
Het kabinet stelt tot en met 2035 in totaal € 7 miljard beschikbaar voor woningbouw. Daarvan is € 2,3 miljard bedoeld om gemeenten te helpen sneller betaalbare woningen te bouwen. Voor iedere betaalbare woning die daadwerkelijk wordt gerealiseerd, kunnen gemeenten € 7.000 ontvangen. Deze regeling heet officieel de Realisatiestimulans.
Hiermee krijgen gemeenten extra financiële ruimte om woningbouwprojecten van de grond te krijgen. Voor woningzoekers betekent dit niet dat er direct duizenden woningen bijkomen, maar het kan wel helpen om geplande nieuwbouw sneller mogelijk te maken.
Verder gaat € 205 miljoen naar innovatie, opschaling en het beter benutten van bestaande gebouwen en is € 180 miljoen beschikbaar om gemeenten meer mogelijkheden te geven voor grondaankopen.
Voor woningzoekers betekent dit niet dat er op korte termijn ineens veel meer woningen beschikbaar zijn. De woningbouw heeft tijd nodig, het hangt ook af van bijvoorbeeld locaties, vergunningen en uitvoerbaarheid. De financiële inzet kan er wel aan bijdragen dat meer projecten daadwerkelijk worden gerealiseerd.
Meer aandacht voor starters, middenhuur en corporaties
Starters krijgen binnen de plannen extra aandacht. Het Nationaal Fonds Betaalbare Koop krijgt er € 100 miljoen bij. Via dit fonds kunnen ontwikkelaars betaalbare nieuwbouwwoningen aanbieden aan starters met een middeninkomen.
Ook de middenhuur krijgt een financiële impuls. Het kabinet reserveert € 500 miljoen voor een objectsubsidie voor middenhuurwoningen. Het doel daarvan is om investeringen in nieuwe middenhuur aantrekkelijker te maken. Voor woningzoekers die te veel verdienen voor sociale huur, maar voor wie kopen lastig is, kan een groter middenhuursegment uiteindelijk voor meer keuze zorgen. Of en hoe snel dat extra aanbod beschikbaar komt, hangt af van de uitvoering van de plannen.
Woningcorporaties krijgen eveneens meer financiële ruimte. Het pakket moet volgens het kabinet leiden tot ongeveer € 28 miljard extra investeringscapaciteit. Daarmee kunnen corporaties investeren in onder meer nieuwe sociale huurwoningen. Daarnaast stelt het kabinet jaarlijks € 425 miljoen beschikbaar om de investeringsruimte van corporaties te vergroten.
Lagere overdrachtsbelasting voor beleggers
Een concrete fiscale wijziging in het Belastingplan 2027 is de voorgestelde verlaging van de overdrachtsbelasting voor woningen waarin de koper niet zelf gaat wonen. Het tarief moet per 1 januari 2027 dalen van 8% naar 7%. Het voorstel geldt bijvoorbeeld voor een woning die wordt gekocht voor verhuur. De Tweede en Eerste Kamer moeten hier nog mee instemmen.
Voor particuliere woningbeleggers betekent de verlaging dat de aankoopkosten lager worden. Bij een woning van € 400.000 scheelt één procentpunt bijvoorbeeld € 4.000 aan overdrachtsbelasting. Het kabinet wil hiermee onder meer het investeren in huurwoningen aantrekkelijker maken. Hoe sterk dit de huur- en koopmarkt daadwerkelijk beïnvloedt, is vooraf niet met zekerheid te zeggen.
Ouderenwoningen kunnen de doorstroming helpen
Een ander belangrijk onderdeel van de plannen voor de woningmarkt in 2027 is ouderenhuisvesting. Het kabinet trekt € 635 miljoen extra uit, bovenop € 420 miljoen die al beschikbaar was. Het geld is vooral bedoeld voor geclusterde en zorggeschikte woningen.
Dat is niet alleen relevant voor ouderen zelf. Wanneer senioren kunnen verhuizen naar een woning die beter bij hun levensfase past, kan hun huidige woning beschikbaar komen voor andere huishoudens. Daarmee kunnen ouderenwoningen bijdragen aan de doorstroming op de woningmarkt 2027, al hangt het uiteindelijke effect uiteraard af van hoeveel passende woningen daadwerkelijk worden gebouwd en betrokken.
Wat betekent Prinsjesdag 2026 voor de huizenmarkt?
De plannen zouden vooral het woningaanbod moeten vergroten en betaalbaarder moeten maken. Er gaat geld naar nieuwbouw, betaalbare koop, middenhuur, corporaties en ouderenwoningen. Tegelijkertijd zijn veel effecten niet direct zichtbaar: tussen een begrotingsbesluit en een daadwerkelijk opgeleverde woning zit tijd.
Ook moeten verschillende voorstellen nog parlementair worden behandeld. De uiteindelijke gevolgen van deze Prinsjesdag voor de huizenmarkt hangen daarom af van de definitieve wetgeving én van de uitvoering.